zondag 19 juli 2009

FAQ: Transition Altitude (TA)

De hoogtemeter in een vliegtuig is een onmisbaar maar 'dom' instrument. Voor elke vlucht moet de piloot de geldende luchtdruk (uitgedrukt in hPa) ingeven zodat de meter de juiste hoogte aangeeft. Omdat de luchtdruk niet alleen met de tijd maar ook met de plaats verandert, krijg je op regelmatige tijdstippen van de luchtverkeersleiding de correcte druk en moet je - indien nodig - de instelling wijzigen. Wie een kort (lokaal) vluchtje maakt op lage hoogte krijgt zelden te maken met veel drukverschillen. Maar wie het verder van huis gaat zoeken en wat hoger klimt, passeert al gauw een handvol drukzones. Omdat het vaak niet praktisch is voor dat verkeer over lange afstand om constant van instelling te veranderen, riep men de Transition Altitude (TA) in het leven. Boven die TA-waarde draait elk vliegtuig de hoogtemeter standaard op 1013 hPa.

De hoogte die de wijzertjes dan aangeven komt niet noodzakelijk overeen met de werkelijke hoogte (soms kan het honderden meters schelen) maar dat geeft niet, want boven de TA vliegt elke piloot met dezelfde foutenmarge en geeft elke meter in elk vliegtuig hetzelfde aan.

In de Verenigde Staten ligt de TA op 18.000 voet. In Europa begint de Transition Altitude veel lager en kiest elk land z'n eigen waarde. In Belgie is dat voor VFR vliegers 4500 voet, in Nederland 3500 voet, in Duitsland 5000 voet.

Geen opmerkingen: